wave4.avi (32466 bytes) Reisverslag

 knopje.gif (1063 bytes)      vervolg reisverslag

knopje.gif (1063 bytes)        index reisverslag

Zondag 12 november 2000  Douwe:  Na een paar rustige dagen op Sal vertrek ik vanavond als de maan opkomt richting Tarrafal op Boavista, 87 mijl, met de bedoeling daar bij licht aan te komen.

Na een paar rustige dagen op Sal beginnen de vertrek kriebels weer. De volgende bestemming is Tarrafal op het eiland Sao Nicolau. Tarrafal ligt hier zo’n 90 mijl vandaan, om met licht aan te kunnen komen ben ik van plan tegen de avond weg te gaan om dan in de loop van maandag aan te komen. De afgelopen dagen hier zijn rustig verlopen, na een grotere oversteek hoef je even niet zo veel, wat luieren op de boot, wat wandelingetjes en bezoekjes aan andere schepen. Met een busje een tochtje gemaakt naar de zuidpunt van Sal, naar het plaatsje Santa Maria, prachtige stranden en wat modernere hotels, hier probeert met de toeristenindustrie te ontwikkelen. In een enorme branding breekt de oceaandeining hier op de stranden, ideaal voor surfers, maar als ankerplaats ongeschikt. Als zeiler beoordeel je automatisch iedere baai en strand op zijn geschiktheid als ankerplaats. 
In Palmeira, de huidige ankerplaats, ben ik vaste klant geworden bij restaurant Continental. Een eetgelegenheid die modern afsteekt bij de directe omgeving, gedreven door Arlindo, een Kaap Verdiaan die twintig jaar voor Nederlandse rederijen gevaren heeft en nu hier een business probeert te ontwikkelen. Ik eet er iedere dag tonijn (het enige aanbevolen menu), die regelmatig door de lokale vissers binnengebracht wordt.
Voor de communicatie met het thuisfront ben ik nu aangewezen op internetcafés voor de uitgebreidere berichten en de inmarsat-C voor de korte berichtjes. Mijn mobiele telefoon werkt hier niet alhoewel hier wel een GSM net is, Libertel heeft kennelijk geen roaming-overeenkomst met de Kaap Verde. Mail gezonden aan johanna@percussion.nl kan ik dan ook voorlopig niet lezen, wel lees ik douwefokkema@hotmail.com als ik tenminste een internetcafé kan vinden. Hier op Sal is in de hoofdstad inderdaad een plek met internettoegang, een enkele werkplek in een soort jeugdcentrum, zeer populair bij de lokale jeugd, dus wat moeilijk toegankelijk. Meer dringende en kortere berichten voor mij kunnen naar douwe@worldonline.nl via het thuisfront aan mij doorgestuurd worden naar mijn inmarsat.

Dinsdag 14 november 2000  Douwe: Gisteren na een prachtige nacht om 12.00 uur in Tarrafal op Sao Nicolau aangekomen. Zuidkust woest, leeg en kaal. Vandaag met pick-up naar Ribeira Brava in verrassend groene vallei midden op het eiland. Arm en modderig stadje in de regen. Kleine dorpen hoog in de bergen tussen mais en bananenaanplant, wonderlijke wereld hier.

Zondagavond 20.00 uur toen de maan opkwam, ben ik van Sal richting Sao Nicolau vertrokken. De Ciris en Neander zijn al een paar uur eerder weggevaren, ik ga niet zo vroeg omdat ik het mooi vind bij licht onder Soa Nicolau door te varen, het is mooi de eilanden vanuit zee te bekijken. Het is een prachtige nacht, heldere sterrenhemel, volle maan en een beetje bewolking. Jammergenoeg gaat na een paar uur de wind liggen. Ik haal de watergenerator, die ik meestal tijdens het zeilen achter me aan sleep, in en start de motor. Heel in de verte heb ik net een groot schip zien passeren. Dan ga ik slapen, het doffe gegrom van de motor is niet zo storend. Die nacht gaat een aantal keren het radaralarm af, naderende regenbuien geven grote donkere echo’s op het scherm. Een bui trekt recht over ons, half in slaap hoor ik vaag de regen op dek spetteren. Bij het eerste licht zijn de bergen van Sao Nicolau in zicht. Prachtige wolkenluchten omringen de ruige bergen van weer een nieuw eiland. Langs de hele zuidkust zijn slechts twee kleine dorpjes zichtbaar, de zee is verlaten. Ik stel me de Portugezen voor die deze eilanden in de vijftiende eeuw voor het eerst bezochten, tussen toen en nu moet er in de aanblik van deze leegte weinig veranderd zijn, al zijn de eilanden in de laatste eeuwen steeds droger geworden. Na de zuidpunt gerond te zijn, krijg je uitzicht over de zuidwestkant van het eiland. Hier is het groen hoog in de bergen, een paar dorpjes klampen zich vast op de hellingen. Om 12.00 uur laat ik het anker zakken in Tarrafal, de belangrijkste haven van het eiland. De Ciris is een paar uur eerder aangekomen, Tom arriveert met de Neander om 16.00 uur, verder liggen er nog een paar Franse jachten en een Noor. Met de dinghy roei ik naar het strand. Tarrafal is een klein plaatsje gebouwd langs smalle met kinderhoofdjes verharde straatjes. Een soort mengeling tussen Portugal en Afrika. Nu ik dit schrijf, dinsdagmorgen sta ik op het punt met een aluger, een gedeelde taxi naar de hoofdstad te vertrekken, later meer.

 

Woensdag 15 november 2000  Douwe: Geen internet hier, dus even kort. Rustig dagje, kleine klusjes, 100 liter diesel getankt,veel kletsen met andere zeilers met prachtig uitzicht vanuit de ankerplaats. Morgen met hier wonende Nederlander in landrover de bergen in.

De afstand van Tarrafal naar de hoofdstad Ribeira Brava is hemelsbreed acht kilometer. Over de met kinderhoofdjes verharde weg is het 28 km en daar doe je met de auto een uur over. Eerst slingert de weg zich door het dorre landschap omhoog tot een pas op een hoogte van ongeveer 1000 meter. Opeens openbaart zich een schitterend uitzicht over het dal van Ribeira Brava. De hoofdstad en enkele omringende dorpen liggen aan je voeten, daarachter de noordkust van het eiland met in de nevels de oceaan. De weg gaat er niet rechtstreeks op af, de hoogte verschillen zijn te groot en het terrein te ontoegankelijk. Langzaam slingert de weg zich omlaag naar de noordkust. Het landschap is als bij toverslag veranderd, alles is groen, overal boerderijtjes, maïsvelden, bananenaanplant. Je rijdt een verborgen vallei binnen, een groen paradijs op een voor het oog van de zeevaarder totaal verdord eiland. 
Villa de Ribeira Brava, zoals het stadje officieel heet, ligt samengeperst in nauw uitgesleten rivierdal. Een klein stadje met nauwe straatjes, modderig in de neervallende motregen. Aan het plein een klein kathedraaltje, er tegenover een piepklein parkje vol bloemen, redelijk onderhouden. Het geheel maakt  echter een vervallen en armoedige indruk. We eten wat in restaurant Tropical, een klein achterkamertje achter het gelijknamige barretje. De taxi is op ons blijven wachten, allang blij dat hij vandaag een goede rit te pakken heeft. Om twee uur ’s middags gaan we, dat zijn Erik de Noorman en Gertruid van het Deense jacht Dania, Tom van de Neander en Bert en Gree van de Ciris weer terug in de laadbak van de taxi, een zeker 25 jaar oude Peugeot 505 pick-up. Rammelend en hobbelend zijn we na een uur weer terug uit de groene wereld in het dorre Tarrafal.
’s Avonds rond borreltijd komt opeens een blanke man vanaf de kust aangezwommen. Uitgeput en zich beklagend over zijn slechte conditie hijst hij zich aan de Ciris omhoog. Een Nederlander, Hennie Kusters, of hij even aan boord mag komen. Hennie woont nu al twee jaar op dit eiland waar hij na een aantal omzwervingen op zijn zeiljacht terecht gekomen is. Hij is bezig een groot huis aan de oceaan te bouwen, heeft twee lokale jongens geadopteerd en rijdt toeristen rond in zijn landrover. Omdat hij dat zo leuk vindt en omdat zijn geld net even op is. wil hij ons ook graag wat van de afgelegen plekjes van het eiland laten zien. 

 

Donderdag 16 november 2000  Douwe: ’s Ochtends vroeg staat Hennie klaar met een stokoude landrover. De gezamenlijke bemanningen van de Dania, Ciris, Neander en Johanna klauteren aan boord en hortend, ratelend en ploffend zet het geheel zich in beweging. Door een kale vulkanische vlakte rijden we naar de NW-punt van het eiland, dan, als we de punt naderen worden de uitlopers van de heuvels groener, en komen we komen een eerste kudde geiten tegen. De steile noordkust ziet er groen uit. We passeren een redelijk welvarend uitziend dorp en rijden verder langs een zeer steil pad, de landrover zwaar grommend in zijn laagste bergversnellingen. Dan komen we bij een diepe kloof, een steil beekdal vanuit de bergen naar de kust uitgesleten. Te voet gaan we verder, volgen de beek omhoog het dal in. In de beek stroomt helder water, ik kan me bijna niet herinneren wanneer ik voor het laatst zomaar een beek heb zien stromen. Rode libellen zoemen over de plassen. Tegen de steile wanden aan ligt hoog in het dal het dorp Ribeira Prata. Rond het dorp op de terrassen overal maïs en bananen, op de kleine erfjes amandelbomen en bloemen. Het dorpscafé gaat voor ons open en we drinken een glaasje. Het meest afgelegen café aan de Atlantische oceaan. Terug nemen we een moeder met een tien dagen oude zieke baby mee naar het hospitaaltje in Tarrafal. Het kind beweegt nauwelijks meer.  

 

Vrijdag 17 november 2000  Douwe: Met vier schepen samen water gehaald, naar strand roeien en kannen slepen. Vanmiddag opeens wind van west, pal lagerwal, hevig rollen. Alles is klaar om zee te kiezen, maar wind neemt nu wat af. Een uitgebreid verslag is klaar, maar er is nog geen mogelijkheid om het te versturen.

Vanochtend samen met de Ciris, Neander en Dania alle watertanks gevuld. Alle beschikbare jerrycans gaan in twee bijboten. De waterplaats ligt op het strand tegenover de Johanna. Het strand is hier steil, de lichte deining breekt nog krachtig, je wordt bij de landing tot je middel nat. Aangezien het strand hier als dorpstoilet dient, stinkt het flink en moet je ook al vanwege alle gebroken flessen goed uitkijken waar je loopt. Bij twee stevige kranen heeft een tiental vrouwen zich met emmers en teilen verzameld. Iedereen heeft alle tijd en voor een paar dubbeltjes worden onze kannen gevuld, water kost hier geld. Zo gaan we drie keer heen en weer. Aangezien de gemeente hier het inzamelen van afval bevordert, staat er ook een afvalbak. Daar deponeer ik mijn vuilniszak in. Een half uur later ligt alles verspreid over het strand, de plastic zak was te kostbaar en ook de rest is uitgezocht. Als alle schepen vol zijn, heeft Gree op de Ciris de koffie klaar. Zo zie je maar ook hier wordt goed voor me gezorgd. 
In de loop van de middag begint het opeens hard te waaien uit het westen, pal op de kust, we liggen aan lagerwal. Binnen de kortste keren loopt er een stevige deining en slingeren en rollen alle schepen vreselijk. Aangezien de wind blijft toenemen en er ook buien aankomen maak ik het schip snel vaarklaar. Als dit doorzet moeten we zee kiezen. Westenwind is deze tijd van het jaar zeer hier ongebruikelijk. Vijftig meter achter me breekt de branding zwaar op het strand. Ik berg de bijboot op, leg gordels en oliegoed klaar, schakel de ankerlier in. Net als ik weg zal varen, luwt de wind. Nu ik dit schrijf, ‘s avonds lig ik nog steeds voor anker, vreselijk te rollen op de inmiddels stevige deining, maar zonder wind. Zal morgen wel weer over zijn. Is eigenlijk wel vreemd, in Nederland zoek je een haven op bij slecht weer, hier vaar je uit.

 

Zaterdag 18 november 2000  DouweEen harde wind waait van de bergen naar beneden. In de vlagen tot windkracht 8. Voor de zekerheid breng ik met de bijboot een tweede anker uit, mijn Fortress, met tien meter ketting en veertig meter nylon. Houdt goed en beperkt het gieren wat. Tom’s anker krabt opeens. Bijna verlijert hij tegen de Ciris, maar hij weet snel genoeg zijn motor te starten. Na herhaalde mislukte pogingen om opnieuw te ankeren, kiest Tom zee met zijn Neander. Als ’s avonds de wind niet afneemt blijft hij op zee om de volgende ochtend terug te keren. De Zweedse solozeiler Jerk op de Vindela komt ’s ochtends aan. De Vindela is ook een Hallberg Rassy Monsun, net als de Johanna. Hij heeft met zwakke winden twaalf dagen over de tocht van de Canarische eilanden gedaan en is blij weer eens voor anker te liggen. Op Lanzarote had ik hem eerder ontmoet, uitgebreid bijpraten in het Zweeds.

Het Atlantische project

hap.cpt (75982 bytes)

knopje.gif (1063 bytes)

knopje.gif (1063 bytes)

    vervolg Reisverslag

    voorafgaand Reisverslag