wave4.avi (32466 bytes) Reisverslag

knopje.gif (1063 bytes)     vervolg reisverslag

knopje.gif (1063 bytes)        index reisverslag

Zondag 5 november 2000               11051630 1956.59n 02114.03w 192004
Douwe: Rustige dag, weinig wind, zee wat rustiger maar door gebrek aan snelheid rollen we flink. Ik heb Tom nu ongeveer ingehaald, ligt west van me. De eerste vliegende vis aan dek, te mager voor de pan. Vannacht een zwaluw onderdak gegeven, later dood. 212 mijl naar Sal.

 

Maandag 6 november 2000               11061507 1816.66n 02209.49w 177003
Douwe: Dag vijf. Vannacht trok de wind goed aan, ook stroom mee, zo toch nog 117 mijl in het etmaal. Ik vaar op dubbelfokken, grootzeil klapperde en schavielde te veel. Net naar huis gebeld, heel goed die nieuwe radio, prima verbinding wind nu weer weg, nog 4 kn, denk toch morgenmiddag aan te komen. Nog 99 mijl.

 

Dinsdag 7 november 2000  Douwe: Dag zeven, aankomst op Sal. Nog een drukke nacht gehad, gisteravond draaide de wind naar west, beide bomen uit de fokken en grootzeil erop, wind trekt aan, rif erin. Direct tweede rif nodig en binnen een half uur zeilen we met 30 kn wind onder stormtuig. Wind ruimt weer, moeten geipen, dan maar grootzeil eraf, boom in fok. Dat was 22.30 uur, ik kruip te kooi. 00 uur weer wakker, hevig rollen alles klappert, wind gedraaid, fok moet geipen. Ik weiger, laat de kaptein het zelf maar doen, rol de fok op en start de motor. Zit nog even buiten, door de vaart wordt het rollen minder, prachtige nacht, vissen vliegen me om de oren. Vanochtend doemt Sal uit de nevels op. Dek vol vliegende vis, ook een paar grote, stinken al. Kaal eiland, armoedige huisjes aan de haven, voor anker in de baai. Tropisch warm. Zes dagen en zes uur op zee, 782 mijl.

Donderdag 9 november 2000  DouweBen nu alweer twee nachten op Sal, het meest noordoostelijke eiland van de Kaap Verdische archipel (Cabo Verdes). Hier aankomen is een cultuurschok. Die schok wordt versterkt door het grote contrast van de afgelopen weken. Eerst een week met het gezin in een appartement in de luxe badplaats Porte Mogan op Gran Canaria. Slapen in een echt bed dat helemaal niet schommelt. Alle luxe en gezelligheid. Daarna bijna een week alleen op de oceaan. Een fantastische week, de hoge achterop lopende golven met daar vooruit sissend weglopend de snelle Johanna, de periodes met windstilte, klapperende zeilen en een rollend schip, het hoort er allemaal bij. En dan nu een stille baai op een ruig en kaal eiland, een pier met zo nu en dan een roestig vrachtschip, een Afrikaans gehucht met kleine vierkante huisjes langs halfverharde straatjes. Aan de kust nog een oliedepot, wat typisch Afrikaanse bush in de baai. Verder dor en droog en verlaten. Toch zijn de heuvels nog iets groen gekleurd, mogelijk door de dauw, ’s nachts is het hier behoorlijk vochtig. Een paar steile vulkaan kegels domineren het profiel van het eiland. 
De dag van aankomst doe je niet zoveel. Schoon schip maken, zeilen netjes opbergen, de inrichting weer aan het havenleven aanpassen. De bijboot wordt opgeblazen. Tussen de vele Franse jachten door tuf ik met het afzichtelijk witgeverfde Hondaatje naar de kade. Het grote aantal Franse jachten verbaast me. Mogelijk komt dit omdat in de Engelse pilots wat negatief gedaan wordt over de Cabo Verdes. Bij de kade komen ook net een paar vissers aan. De kleine scheepjes, formaat grote roeiboot, bijna tot zinkens toe volgeladen met grote vissen. Met de hand wordt de vis in de bak van een gereedstaande pick-up geladen. Dat alles bij de hier normale temperatuur van rond de 30 graden. Aan de haven ligt een klein dorp. Langs vrij brede straatjes en laantjes liggen kleine lage huisjes met veelal ruime erfjes. Huisjes met soms alleen een deur, soms een raam zonder glas maar met een luik, zo klein dat er geen plaats is voor meer dan één vertrek. Verderop wat modernere gebouwen. De school, een wat groter gebouwtje zonder ramen, gaat net uit. Overal rennen kindertjes naar huis. Ik moet bij de haven kapitein langs om mijn aankomst te melden. Hij zetelt aan de rand van het dorp in een wat vervallen echt kantoortje. De registratie gaat soepel en snel, hij spreekt wat Frans. De immigratie moet op het vliegveld afgehandeld worden, maar dat kan morgen wel.
Dit alles staat in schril contrast met de dagen op zee. Terugkijkend zijn die ontzettend snel voorbijgegaan. Hoewel er eigenlijk vrij weinig te doen is vliegt de tijd voorbij met de weinige dingen die wel gedaan moeten worden, een beetje lezen en veel uitkijken over die fantastische oceaan.
Een dag op zee begint als het licht wordt, rond zeven uur. Ik controleer koers, zeilen en omgeving en maak wat ontbijt. Een versgeperst sinaasappeltje, bakje yoghurt met muesli, een broodje dat iedere dag ouder smaakt. Dan volgt de navigatie, ik werk het logboek bij, zet de laatste positie op de kaart, bereken het dagtotaal. Interessant is het te zien dat we steeds stroom mee hebben. Het log dat de afstand en snelheid door het water meet wijst op een etmaal ongeveer 10 mijl minder aan dan de GPS die de posities op de grond bepaalt. Dan stel ik de koers meestal wat bij, zodat we weer de goede kant op gaan. Sturen doet de windvaan-stuurautomaat. Hoe beter ik dat apparaat leer kennen, hoe beter hij gaat sturen. Zelfs op voor-de-windse koersen houdt hij het schip nauwkeurig op koers, met slechts kleine uitslagen van de helmstok blijven de slingeringen rond de gewenste koers meestal binnen de 10 graden. Maar als de wind draait het schip mee, dan is bijstelling nodig. Dit is een voordeel, als de wind draait als je slaapt krijg je geen onverwachte geipen, maar vaar je gewoon even de verkeerde kant op.  Rond 8.30 uur gaat de radio aan om even bij te praten met Tom op de Neander en Bert en Gree op de Ciris. Tom die het dichtst bij me zit is ook op het laagste vermogen prima te horen. We nemen de routine van alledag door, grote schepen gezien, vis gevangen, ja, maar hij ging er met mijn vistuig vandoor (Tom), weer en wind. Daarna gaan we met vol vermogen naar een hogere frequentie voor de langere afstand en meestal meldt zich daar de Adagio die nog op La Gomera ligt en de Vindela op Lanzarote (inmiddels ook onderweg naar Sal, Zweedse solozeiler met net zo’n schip als ik), zo nu en dan volgen oproepen van ander bekenden die we de frequenties en tijden hebben doorgegeven. Deze frequenties zijn specifiek bestemd voor onderling verkeer tussen schepen.
Daarna is het tijd voor een kopje koffie, genietend van mijn blijvend vrij uitzicht, vooral vanaf de golftoppen. Dan is er vaak tijd voor een boek of wat kleine klusjes, tot de lunch. Broodje kaas, blikje vis, kopje soep. Om 13.00 uur is er het Atlantic Crossing Net op de radio. Gecoördineerd door Trudie, een amateur op Barbados, worden alle deelnemende schepen (inclusief de Johanna) beurtelings opgeroepen voor een statusrapport, actuele gebeurtenissen weer en wind. Trudie heeft dan de laatste weerrapporten, satellietbeelden en oppervlakte-analyses waaraan één en ander gerelateerd wordt. Dit net sterkt zich over de gehele Atlantic uit en geeft een goed overzicht van waar schepen onder wat voor condities zich bevinden. In Biskaje stormt het zwaar. Een Deens jacht meldt (zeer zwak signaal) dat het wat beter gaat, ze hebben nog maar windkracht 9. Twee dagen later meldt een ander jacht dat het Deense schip is vergaan, bemanning gered door een vrachtvaarder, de derde keer dat ze platsloegen verloren ze hun tuig en hebben ze een mayday uitgezonden. Het betrof een polyester scheepje van 25 voet. Zelf vind ik eigenlijk dat zo’n schip om deze tijd van het jaar niet in Biskaje thuishoort. Mijn radio-installatie lijkt erg goed te voldoen, van mijn signaal zegt Trudie dat het goed is weer eens een helder signaal te horen, na een aantal moeilijk te verstane schepen. Ook heb ik berichten gerelayed voor andere schepen die op Barbados niet te verstaan waren.
Na de radio tijd voor een siësta. ’s Nachts slaap je toch wat onrustig en het is prettig dat overdag wat in te halen. Dan tijd voor het avondeten, meestal een blik Struik met wat verse sla. Is makkelijk en snel klaar want uitgebreid koken blijft moeilijk aan boord. Voorbeeld: ik pers een sinasappel, laat de pers even los, pers met sap in de gootsteen, volgende helft, gaat goed, schenk het glas is, laat het glas even los, glas in de gootsteen, volgende sinasappel. Dit was de eerste dag, alles moet even wennen. Wat je in de haven het eerst verbaast is dat iets blijft staan waar je het neerzet.
17.30 uur praten we (Neander en Ciris) nog even kort bij op de radio. Na het avondeten, het is dan al lang donker zit ik meestal nog even van de opkomende maan te genieten met een kopje thee. Zo rond 21.00 uur controleer ik de alarmfunctie van de radar, stel de zeilen en  de stuurautomaat nog eens bij, werk logboek en kaart bij (ook overdag meermalen) en ga te kooi. Ik zet geen wekker. De radar waarschuwt met een doordringend gepiep voor iedere nadering van een ander schip binnen een afstand van zes mijl. Meestal wordt ik om de twee uur even wakker. Controleer de stroomvoorziening, draait de watergenerator nog goed, accuspanning in orde, geen schepen in zicht, controleer het radarbeeld op een groot bereik, kijk even buiten, als de maan weg is is de nacht zo donker dat je je eigen zeilen niet ziet. Controleer koers en positie, ook de cumulatieve afwijking van de koers, de cross track error (XTE), dat is een goede maat voor het koers houden van de stuurinrichting. Dan snel weer in bed. Dat herhaalt zich een paar keer per nacht. Al met al krijg je zo best genoeg slaap. Opvallend is dat jachten met grotere bemanningen bij aankomst in een haven eerst een dag moeten bijslapen, een solozeiler met een goede radar en stuurautomaat heeft het makkelijker. 
Dit gebruikelijke patroon wordt afgewisseld met soms een zeldzame bui of andere verandering in het weer. De bui (leek meer op een frontpassage) die ik in een eerder verslag beschreef bezorgde me enkele uren hard werk. Maar ook spectaculaire uitzichten van de golftoppen van de zich snel opbouwende zee. Het verbaast me telkens weer hoe snel de zee in een reusachtig rollend heuvellandschap verandert met een beetje wind.
Gisteren kwamen de Ciris en de Neander ongeveer gelijktijdig aan. De Ciris (Koopmans 44) had er vijf dagen over gedaan, Tom met de Neander (een Wibo 9.30) negen dagen. Hiertegen steekt de Johanna met zes dagen niet slecht af, vooral als je bedenkt hoe zwaar het schip beladen is.
Gistermorgen zijn we met zijn allen met de taxi naar de airport gegaan. Erik, een Deen, is ook mee. Met zijn vieren in de laadbak van een pick-up (de taxi), razen we over de smalle wegen door het dorre land via Espargos (de hoofdstad) naar de airport. De immigratieformaliteiten worden vlot afgehandeld, je krijgt de indruk dat toeristen hier welkom zijn. Dan met een andere taxi naar Espargos, een slaperig Portugees Afrikaans provinciestadje met drie straten en een dwarsstraat. Op een terrasje drinken we wat, wennend aan de totaal andere omgeving waar we nu in beland zijn. 

Het Atlantische project

hap.cpt (75982 bytes)

knopje.gif (1063 bytes)

knopje.gif (1063 bytes)

    vervolg Reisverslag

    voorafgaand Reisverslag