Vorige pagina                                                                                              Overzicht Golf van Aden en Rode Zee

Rode Zee


Woensdag 10 maart 2010, naar Ras Terma, Eritrea

Men zegt dat het in de zeestraat Bab el Mandeb, de doorvaart van de Golf van den naar de Rode Zee vaak vreselijk hard waait. Maar 's ochtends vroeg wat minder. Dus ben ik om 2 uur in de morgen vertrokken zodat ik met het ochtendgloren door Bab El Mandeb vaar. En dat doe ik dan ook, op de motor, vrijwel geen wind. Ik ga door de Kleine Straat, de oostelijke doorvaart, daar is minder scheepvaart en het is korter.

Bab El madeb
Vrachtvaarder in de Kleine straat van Bab El Mandeb

Eindelijk aangekomen in de Rode Zee! Maar die is helemaal niet rood hoor. Daarna kruis ik de scheepvaartroutes, vrijwel geen schip te zien. Omhoog varend langs de Eritrese kust begint de wind aan te trekken, al snel gaat het tweede rif erin. Oorspronkelijk was ik van plan het Rubetino Channel richting Assab in te varen, om daar achter de riffen ergens een ankerplek te zoeken. Maar we gaan erg hard, wind en stroom mee, vaak boven de 7 knopen. Daarom besluit ik door te varen naar Ras Terma, zo vermijd ik de riffen en sterke sromen van het Rubetino kanaal en ben meteen een stuk verder. Wel trekt de wind verder aan, vaak 25 knopen over dek, dik 30 echt, en later moet ook het derde rif erin. De zee is wild en chaotisch met overal brekende kammen.
Inmiddels om 17.30 voor anker gegaan bij Ras Terma de wind huilt nog door het want. Bruine landpunt met hier en daar een strand.

Eritrees dorp
Dorp op de bergkam van Ras Terma

Boven op de bergkam dorpen, zo goed opgenomen in de berg dat ze nauwelijks te onderscheiden van de bergen zelf. Huizen van rots en leem, hier en daar wat geiten. Bittere armoede, totaal anders dan in Jemen, we zijn nu in Afrika. Beneden een militaire nederzetting, ik hoop dat ze me niet wegsturen, maar het is zo donker en zo te zien hebben ze geen boot liggen.
Positie 13-12.64N,  042-31.31E, na 95 mijl varen.

Donderdag 11 maart 2010, Dannabah Island

Het waait weer oerend hard. Maar ik begin het patroon al te kennen. 's Ochtends een zwak briesje, op tijd op de motor weg, mooi om de accu wat bij te laden. Dan wind, begin meteen met twee reven in het zeil. Tegen de tijd dat de wind meter (schijnbare wind) op de 20 kn staat mag het derde rif erin, want voor je het weet waait het er 30 en dan wordt het lastig het zeil voor de wind naar beneden te trekken. Oorspronkelijk was ik van plan nog een stopje verder te varen, maar toen het tegen het middaguur weer zo verschrikkelijk hard begon te waaien stuurde ik net langs deze eilanden die goede beschutting tegen de golven bieden. Zodoende heb ik een middag vrij genomen en lig nu voor anker achter een lage zandbank geflankeerd door hogere rotspunten. Hier is het water aardig vlak echter er is geen beschutting voor de wind.

Vissers
Vissers bij Dannahbah Island

De ankerketting die normaal in een mooie bocht naar beneden loopt staat nu als een gespannen snaar recht vooruit. Aan land gaan is er niet bij, mijn dinghy zou wegwaaien voor ik hem in het water had. In tegenstelling tot de vorige ankerplaats is hier geen bewoning, het eiland is laag en zanderig, hier heeft niemand iets te zoeken behalve dan een paar vissers. Op de kaart staat wel wat verderop op de vaste wal een dorp getekend.
Wat me nog op viel op de vorige ankerplaats was dat dat dorp in een dor en droog woestijnlandschap lag. Een plek die in alle andere landen waar ik geweest ben onbewoond zou zijn. Het dorp was 's nachts ook totaal donker. Het moeten taaie mensen zijn die het daar uithouden. Jammer dat ik het dorp niet kon bezoeken.
Positie: 13-39.93N, 042-10.52E

Vrijdag 12 maart 2010, Rode Zee, richting Massawa

Vanochtend weer even na zessen vertrokken. Even getwijfeld, of ik naar Mersa Dudo zal gaan, hier 20 mijl vandaan, of verder. Mersa Dudo is mooi en vulcanisch, maar de Vasco di Gama rally is daar weggejaagd door de militairen, niet zo aantrekkelijk. En verder staan wind en stroom de goede richting op. Verder dus, dat betekent wel de nacht doorvaren, een tussenliggende ankerplek ligt tussen het koraal en moet met vol zonlicht aangelopen worden, dat haal ik niet vandaag. Maar het schiet prima op zo, de wind is iets minder hard dan gisteren, blijft nu steken op 25 knopen waar we gisteren 30 hadden, wel zo rustig. De zee is kort en steil met veel brekende kammen. Zo nu en dan krijgt de kuip een douche van bruisend schuim. Er is geen land in zicht, een beetje nevelig weer, alsof er veel stof in de lucht zit. Op de radio zo nu en dan nog schepen die in paniek een warschip oproepen omdat er vissers in de buurt komen, al wordt dit ook minder, volgens mij is hier het piratengevaar wel geweken. Ik vaar met het derde rif in het grootzeil om zo de belasting op het onderwant te matigen. Door het zware weer van de afgelopen dagen is een van de onderwanten beschadigd, ter hoogte van de inhaakterminal onder de zaling zijn een of meer tampen gesprongen. Zodra ik op een ankerplek lig waar ik hulp van een ander jacht kan krijgen zal ik dit want vervangen, alleen is het erg lastig omhoog te gaan.
Positie 14-24N, 041-32E, nog nog 1102 mijl naar Suez.


Zaterdag 13 maart 2010, Dilemmi Island

Het was een donkere maanloze nacht. Het Zuiderkruis is nog prominent zichtbaar aan de zuidelijke hemel, maar zakt steeds verder weg naarmate ik noordelijker kom. En de Grote Beer komt al weer hoger te staan. De wind was vannacht wat gematigd, zo rond de 20 kn, tegen de ochtend zelfs even bijna weg, maar piekte om 10 uur alweer boven de 30 kn. De zee is dan spectaculair, overal brekende en wegwaaiende golftoppen in de stralende zon. Inmiddels lig ik sinds 11 uur vanmorgen voor anker achter het eilandje Dilemmi. Het is een laag en vlak eiland dat geen beschutting biedt voor de wind, wel enigszins voor de golven. Maar echt beschutte ankerplaatsen zijn hier dun gezaaid, dus we doen het er maar mee. Inmiddels (14.00) is de Alexandra hier ook aangekomen, die ligt naast mij voor anker.
Massawa is hier nu nog 30 mijl vandaan. Ik heb lang zitten dubben of ik Massawa zal aanlopen of dat ik meteen verder doorga naar het noorden. Vanuit Massawa is een 3 daagse trip naar de hoofdstad van Eritrea, Asmara, een leuke optie. Maar inmiddels heb ik besloten meteen door te gaan naar het noorden. Alhoewel je vaart om dingen te bekijken is het afronden van de Rode Zee ook een doel op zich dat moeilijk genoeg is. Ik mag dan wel soms wat mopperen op de altijd harde wind, met het zelfde gemak is die wind net zo hard uit het noorden. En als zeiler moet je de wind pakken als die langswaait, nu is de kans. Anderen hebben hier iedere mijl voortgang naar het noorden moeten bevechten, tegen hoge golven, stroom en wind. Verder is Massawa vochtig met veel muskieten, van de Vasco Da Gama rally hebben 5 personen dengue koorts opgelopen en nog 3 anderen onbekende ziektes. Zo'n bezoekje is dus niet risicoloos. En eigenlijk heb ik ook weinig zin in alle officials en procedures, die doen het maar zonder mij. Overigens heb ik 40 jaar geleden Asmara en Massawa reeds bezocht, de steden maakten toen geen bijzondere indruk op me, hoewel de weg tussen de steden erg indrukwekkend was, een afdaling van 2000 meter naar zeeniveau.
Net met hulp van Hans van de Alexandra de mast in geweest en de beschadigde stag vervangen. Alles weer in orde. Met een biertje gevierd.
Positie 15-30.41N 039-53.48E, weer 174 mijl verder, nog 969 mijl (gedeeltelijk hemelsbreed) naar Suez.


Zondag 14 maart 2010, Rode Zee, onderweg naar Sudan

De wind is afgenomen tot 15-20 knopen en waait nog 3 dagen de goede kant op. Dat zijn althans de voorspellingen. En dus is de Johanna weer onderweg om haar mijlen te maken. Halve wind, gereefde zeilen, op redelijk vlak water in de luwte van de Harat riffen snellen wij naar het noorden. Vanavond passeren we het eilandje Difnein (16-36N 39-19E), daarna zijn er geen ankerplaatsen meer tot de grens met Sudan (18-06N), die we morgenmiddag denken te passeren.
Vanochtend nog een paar uur op de motor gevaren, vrijwel zonder wind. Toen hadden we een vliegenplaag aan boord. Onbegrijpelijk waar die vandaan kwamen, bijna 10 mijl uit de kust. Het waren doodgewone bromvliegen, maar ook steekvliegjes die op fruitvliegjes lijken. Alleen veel sneller, bijna niet te meppen en ze bijten onmiddelijk. Overhemd aan en benen met deet ingesmeerd, dat is nog niet eerder nodig geweest aan boord. Nu de wind terug is zijn de vliegen weer verdwenen.
Positie 16-10 N, 039-21E, nog 939 mijl naar Suez.


Maandag 15 maart 2010, Khor Nawarat, Sudan

Khor Nawarat is een baai in de woestijn, begrensd door koraalriffen en eilandjes die een redelijke beschutting bieden naar zee. Achter een van die eilandjes ligt de Johanna nu voor anker, in een verder onbewoonde en lege wereld. In Sudan dus, net over de grens met Eritrea. Ik kijk uit over een eilandje dat die naam nauwelijks verdient, een smalle zandstreep boven de horizon. De reis hierheen verliep soepel. Afgezien van een paar uurtjes windstilte vannacht steeds prima kunnen zeilen, vanmiddag, toen de wind op z'n hardst was zelfs weer het derde rif erin, meer uit voorzichtigheid dan dat het echt nodig was, maar in deze contreien moet je de spullen wel heel houden.
In de nacht nog een vreemde ontmoeting. Rond 1 uur ging het alarm op mijn radar af. Een target op een halve mijl afstand, op ramkoers. Dan buiten kijken, niets te zien. Met de lamp schijnen en knipperen, geen reactie. Uitwijken dus. Het object passeerde op 0.1 mijl afstand. Ik heb niets gezien in het donker. Blijkt de radar toch maar weer een goede uitvinding.
Verder is de Johanna vies geworden. We hebben nu al maanden geen regen gehad. En het aangekoekte zout heeft zich nu vermengd met bruin woestijnstof tot een zilte modder. Alles zit onder. Morgen flink spoelen.

Khor Narawat
Bij dit eilandje lig ik voor anker

Positie 18-15.97N 038-19.79E, dit traject 203 mijl gevaren in 35 uur. Nog 780 mijl naar Suez.

Dinsdag 16 maart 2010, Khor Nawarat

Vandaag een rustig dagje aan boord, boot spoelen, kleine klusjes. En dan om 5 uur 's middags anker op. Het is tijd om door te gaan naar Suakin, 80 mijl verderop, volgens de weerkaarten moet het nog net kunnen in de huidige periode van zuidenwind.

Woensdag 17 maart 2010, Suakin

Gisteravond eerst nog een harde wind mee, zelfs het derde rif er weer in. Maar lang heeft het niet geduurd, om 21.00 ging de motor erbij. Maar de wind kwam terug, nu uit het noorden. Eerst zwakjes, steeds toenemend. De laatse mijlen voor Suakin pal tegen de wind. Veel toeren, massa's buiswater. Maar de Johanna heeft het gehaald. Iets later waait het 20 knopen uit het noorden.
En dan vaar je Suakin binnen. Suakin is eeuwen lang de grootste haven aan de Rode Zee geweest. Hier kwamen de karavanen aan, hier vertrokken de pelgrims naar Mekka. Tot 1945 was Suakin een overslaghaven voor slaven. Maar daarna heeft Port Sudan de taken van Suakin overgenomen. En Suakin is verwoest door het verval. Gaan aardbeving, geen brand, alleen maar verkruimeling van de uit koraalblokken gebouwde stad. Suakin is er niet meer. Er zijn ruines met een nieuw dorp ernaast.

Suakin
Suakin vanaf de ankerplaats

Suakin
Suakin vanaf de ankerplaats

Positie 19-06.49N, 037-20.27 E, nog 700 mijl naar Suez.


Donderdag 18 maart 2010, Suakin

Wandeling gemaakt door het nieuwe Suakin. Magere mensen, troosteloze armoede overal. Verbazend dat veel mensen toch redelijk Engels spreken. Koffie gedronken onder een lokaal afdakje. Ik wist eerst niet goed hoe dat moest. Ik kreeg een klein kopje vol suiker en een metalen kannetje met koffie. De kunst van de buren afgekeken. Je giet de koffie in de suiker en dat drink je dan. Pima koffie, wel wat zoet. Ezelskarren zijn hier de standaard voor transport. Voor veel winkeltjes zit een lus in de grond om de voorpoot van je ezel in te parkeren zodat hij niet weg kan. Drinkwater gaat ook per ezelskar. In de wijken achter de hoofdstraat zijn de huizen van hardboard met als de bewoners rijk zijn golfplaat voor het dak.

Suakin
Het nieuwe Suakin

Kinderen
Kinderen in Suakin

Woonwijk in Suakin
Woonwijk in Suakin, rechts onder het afdak een kleermaker

Overigens verwacht ik hier nog wel even te blijven. De gribfiles voorspellen tenminste voor de komende vijf dagen noordenwind. Ook vandaag waait het rond de 20 knopen uit het noorden. De wind blaast het woestijnzand striemend over je huid. Er is geen denken aan dat je daar tegenin gaat varen.

Vrijdag 19 maart 2010, dagje over land naar Port Sudan

Port Sudan is een uur met de bus vanuit Suakin. Samen met Pieter en Maria van de Mama Cocha gaan we een dagje op stap. De busreis gaat over een goed geasfalteerde weg door een dor en droog Sahel landschap. Veel zand, verspreide struiken. En toch steeds weer mensen. Dichter bij de steden vaste bebouwing, hutten van kierende plankjes. Verder weg de vermoedelijk echte nomaden, tenten en doornige kralen voor wat vee. En dat alles in een niet aflatende stofstorm.

bewoning van de woestijn
Bewoners van de woestijn

Port Sudan is de een na grootste stad van Sudan met 2.5 millioen inwoners. Je denkt daar dan toch wat modernere westers aandoende winkels te vinden, maar niet dus. Een derde wereldstad die de armoede van Sudan uitstraalt.

kruidenier
Kruidenier in Port Sudan

straatbeeld
Winkelstraat in Port Sudan

De electriciteitsvoorziening in Sudan is kleinschalig en veelal gedecentraliseerd tot op huis niveau. In Suakin is maar een klein gedeelte van het dorp op deze nutsvoorziening aangesloten, in de rest van het dorp hangt oude bedrading kapot en nutteloos langs de huizen. En de bewoners die aangesloten zijn hebben maar een paar uur per dag stroom. Ook in Port Sudan lijkt het niet veel beter te zijn, gezien het grote aantal generatoren voor de huizen op straat.

generatorset
Dieselgenerator voor de stroomvoorziening op de stoep. De vaten vormen het koelsysteem



Volgende pagina Rode Zee 2