Vorige pagina                                                                                                                                                                                        Overzicht Australie

Donderdag 4 juni 2009, onderweg vanaf Low Islets naar Hope Islands

Gisteren uit Cairns vertrokken naar Low Islets. Twee kleine eilandjes, daartussen een baai beschut door een rif.


Low Islet
De mangroves van Low Islet bij hoog water

Er lagen nog 3 andere jachten. Inmiddels zeilen weer. Vanochtend om 7 uur hebben we de boei van het nationale park losgegooid en onder vol tuig met 5 knoopjes vaart gaan we nu verder naar het noorden. Gelukkig is er vandaag net iets meer wind dan gisteren, toen hebben we vanaf Cairns de etappe (35 mijl) op de motor gevaren. Low Islets (positie 16-22.93S 145-33.83E) was een mooie plek voor een redelijk rustige overnachting. Met hoog water lagen we wat te rollen, dan spoelden de golven over een rif met wat mangroves heen.

Hope Island
Hope Islets

's Middags voor anker bij de Hope islands. Met de bijboot gaan we het land op. Binnen een kwartier loop je hier het eiland rond. Op het strand liggen 2 australische toeristes. Even een dagje uit Cairns heen en weer. Met het privee-vliegtuigje naar het andere Hope eiland, dan met een snelle rubberboot hierheen. Straks weer terug. Positie 15-43.74S  145-27.33E


Vrijdag 5 juni 2009, Cape Flattery

Het lijkt wel of je de mijltjes hier cadeau krijgt. De hele dag fantastisch gezeild.

zeilend
Zeilend naar het noorden

Cape Bedfort
We passeren Cape Bedfort

Een rustige zee, geen hoge deining, prachtig passaat windje schuin achter en met een rifje in het grootzeil en de uitgeboomde genua loopt de Johanna weer zo'n 6 knopen. Tel daar een halve tot een hele mijl stroom bij op en we schieten prima op naar het noorden. Vandaag hebben we op deze manier in 8 uur 50 mijl geklokt. En het uitzicht mag er ook zijn. Direct ten oorden van Cairns voeren we langs steile bergen bedekt met dichte wouden. Die wouden hadden vandaag plaatsgemaakt voor heuvels met spierwitte zandverstuivingen, en nu weer bebossing, maar droger dan eerst. De vaarroute voert langs vele koraal riffen en eilandjes, het is continu oppassen en uitkijken, ook voor de grote scheepvaart die op dit traject de route binnen het rif vaart. We liggen nu ten noorden van Cooktown, achter een hoge kaap, prima beschut en een mooi verlaten strand met hier en daar wat rotsen, boomstronken en daarachter beboste heuvels. Morgen door naar Lizard eiland.
Positie14-57.03S 145-19.90E.

Cape Flattery strand
Het strand achter Cape Flattery

Maandag 8 juni 2009, Lizard eiland

Naar Lizard eiland was weer een droomtochtje zoals je in Nederland zelden meemaakt. Fris zeebriesje, halve wind, zonnetje erbij en natuurlijk weer 6 knopen. En zo voeren we langs een paar koraal riffen op de het relatief hoge Lizard eiland aan. De baai van Lizard eiland waar je voor anker gaat is een van de mooiste en best beschutte van noord Australie. De diepe inham, beschut door een paar koraalriffen is dan ook de ankerplek voor vele cruisers. Toen we aankwamen lagen er rond de 20 jachten, inmiddels wat minder. Er zijn hier geen krokodillen, geen dodelijke kwallen en geen gevaarlijke haaien in de baai. Dus dit is een van de eerste plekken in Australie waar je gewoon bij je boot of vanaf het witte strand kunt gaan zwemmen.
Gisteren hebben we de wandeling naar de top van de berg gemaakt. Ook dat is bijzonder, want op de meeste eilanden kan je niet wandelen omdat er geen paden zijn en het struikgewas ondoordringbaar is of de rotsen onbegaanbaar. Voor zeilers is dit een bijzondere berg. De eerste westerse zeiler die de top beklom was Captain James Cook. De top heet dan ook Cooks Lookout.

Cooks lookout
Cooks lookout

Cook beklom de top om een doorvaart tussen de riffen te zoeken die hem naar de open oceaan zou leiden. Hij vond die inderdaad en voer erdoor. Maar toen hij er eenmaal door was bedacht hij heel terecht dat het wel eens heel moeilijk kon zijn om vanaf het open water de doorvaart naar de Torresstraat te vinden. Dus ging hij weer terug. En verspeelde bijna zijn schip toen tussen de riffen de wind wegviel en hij dreigde te stranden. Net op tijd stak er weer een briesje op, het liep goed af. Dat waren andere tijden, wij kijken op de computer waar de riffen zijn en zetten de motor aan als er geen wind is. De tocht naar de top was nog een hele klim. Een ruw pad, steil en warm. Maar het uitzicht was werkelijk super. Van boven zie je de riffen zich kleurig aftekenen in het verder blauwe water. Een witte streep branding geeft de plekken aan waar je beslist niet moet wezen. En tussen de aaneengeschakelde keten van riffen onderscheidt je de doorvaarten. Smalle openingen van diep water. Welke zou je nemen om op het ruime water te komen? Die daar ziet er het beste uit. Juist ja, dat is Cook's passage.
Positie 14-39.67S 145-27.06E

Cooks passage
Cooks passage

Ankerplaats Lizard Island
Ankerbaai bij Lizard Island

Zaterdag 13 juni 2009, Ninian Bay
 
Vandaag zijn we na een week op Lizard eiland weer gaan varen. We zijn wat langer op Lizard eiland gebleven dan oorspronkelijk de bedoeling was, vooral de laatste dagen woei de passaatwind op volle kracht, boven de 30 knopen. En als je dan een goede ankerplek hebt zoals op Lizard eiland, dan is het wel zo prettig om even rustig te blijven liggen. We hebben inmiddels alle wandelwegen van Lizard eiland bewandeld. Zo zijn we naar het research station geweest, een lange mulle zandweg, warm en zwaar. En op die dag ging ook de rondleiding niet door dus die hebben we er maar bij verzonnen. De onderzoekers daar hebben het overigens niet slecht, de hele dag op de riffen duiken of snorkelen om materiaal te verzamelen en 's avonds barbecuen op het strand. De weg terug was nog zwaarder en warmer, gelukkig kregen we toen een lift.
Een ander pad (vanaf het eind van de airstrip) voert naar de blue lagoon. Dit moet wel een van 's werelds meest elitaire plekken zijn om te kitesurfen, alleen weggelegd voor enkele bezoekers van het kleine en peperdure exclusieve resort (zeilers niet welkom). Het scenario in de blue lagoon is wonderschoon met purper koraal, blauw water, wit strand, het geheel omzoomd met groen en rotsen. En voor de surfers: weinig golven, lagerwal en een loeiharde wind.
Vandaag mocht de zeildag er ook weer wezen. Met nog steeds een straffe passaat van 25 knopen in de rug ging de Johanna er weer als een pijl uit de boog vandoor. Dankzij de riffen weinig golven, stralende zon en zo vaar je dan 54 mijl in 8,5 uur. dat is dan weer 6,5 knoop gemiddeld, dankzij de hulp van een beetje stroom.
De ankerplek in Ninian Bay is redelijk. Omdat het zo ondiep is kunnen we niet echt dicht genoeg onder land ankeren en blijft het een beetje rollerig, maar we hebben het slechter gehad. Aan land magroves afgewisseld met een enkel strandje, krokodillenland dus. En rond de boot regelmatig de snuivende kop van een dugong (een soort zeegras etende dolfijn) die lucht komt happen, om dan weer een poosje te kunnen grazen op de bodem.
Positie 14-21.64S 144-36.12E

Johanna zeilt weg uit Ninian Bay
de Johanna zeilt weg uit Ninian Bay


Maandag 15 juni 2009, Flinders Island

Na een prachtige zeiltocht zijn we gisteren (zondag) bij Flinders Island aangekomen.

Aanloop Flinders
Aanloop van Flinders Island

Onderweg rondden we Cape Melville, de zoveelste in de rij imposante kapen op weg naar het noorden. Cape Melville is een bijzondere kaap. De landpunt lijkt wel opgebouwd uit van boven neergestorte knikkers, nou ja kiezels, ieder wel met een doorsnee van een paar meter. Een surrealistisch landschap.

C
Cape Melville

Flinders island is onderdeel van de Flinders groep, net als Stanley island. We liepen de Flinders aan via de nauwe doorvaart tussen Flinders en Stanley island. Boven kale rotsen, lager wat struikgewas overgaand in mangroves afgewisseld met stukjes strand. Afgezien van de mangroves had het zo Kroatie kunen zijn. Al tref je in Kroatie in iedere baai een restaurantje, hier is alles even verlaten, alsof deze landen nog ontdekt moeten worden. We vinden een prachtig beschutte anker plek aan het eind van de doorvaart. 's Middags een wandeling over het strand en door een savanneachtig grasland. We blijven angstvallig uit de buurt van de mangroves. Terug bij de dinghy ziet Maaike een krokodil. Twee ogen en het puntje van de neus breken roerloos het wateroppervlak. Wegwezen hier. Bij laagwater valt de rest van de "krokodil" droog, het blijkt een vreemd gevormd stuk koraal te zijn.


Flinders
Voor anker bij Flinders Island

We zijn hier 2 nachten gebleven, de ankerplek is te perfect om te vertrekken, de omgeving te mooi. Vandaag kregen we buren, een australisch schip dat we al eerder ontmoet hebben. Ze brengen ons een groot stuk verse vis, wij nodigen ze uit voor een biertje. Dan opeens springt een forse vis, driekwart meter lang, het water uit. Hij zeilt vlak langs de hoofden van onze verbouwereerde gasten langs, landt op het achterdek en springt in de zelfde split-second weer het water in. Veilig is het hier dus niet.


Vrijdag 19 juni, Shelbourne Bay

Het begint al bijna routine te worden. 's Morgens om 5 uur op, wat ontbijten en dan half zes nog in het pikkedonker het anker omhoog. Zo hebben we er voor zessen al wat mijlen opzitten. En dan elke dag weer een ruk van tussen de 50 en 60 mijl. We varen niet dag en nacht door, met alle riffen, grote scheepvaart en ondieptes geven we de voorkeur aan dagtochten. En zo zie je ook nog wat, al raken we wel de tel kwijt van alle kapen, eilanden en landpunten. Maar de mijltjes krijg je wel bijna voor niks, iedere dag weer een wind van tegen de 20 knopen bijna achter, een beetje stroom mee en onze gemiddelde snelheid ligt zomaar weer boven de 6 knopen.

Dinsdag zijn we van Flinders eiland naar Morris eiland gevaren. Morris eiland is een kleine kaap op een flink stuk rif. De beschutting viel niet tegen, het lag redelijk rustig op 13-29.38S 143-43.40E. Niet aan land geweest.

Morris Island
Vanaf onze ankerplek bij Morris Island

Woensdag van Morris eiland naar Portland Roads. Portland Roads is een goed beschutte baai achter Cape Weymouth. Portland Roads is al een wat oudere westerse nederzetting. Er zijn de restanten van een aanlegsteiger, een gedenksteen voor een aantal pioniers die hier in 1848 door de aboriginals vermoord zijn en er staan nu nog een stuk of 8 huizen. In een ervan exploiteert de bewoner een restaurantje. 's Avonds open op afspraak. Donderdag blijven we in Portland Roads liggen en eten we voor het eerst sinds tijden weer "uit". Op een schitterend terras met uitzicht over de baai smullen we van een maaltijd die zomaar voor ons op tafel gezet wordt. Als we in het donker teruggaan naar de dinghy op het strand loopt de eigenaar met een sterke lamp met ons mee. Ja, er is vandaag hier een 4,5 meter lange krokodil gezien...We komen veilig weer aan op de Johanna op positie 12-35.57S 143-24.50E.

Portland Roads
Uitzicht op Portland Roads

Vandaag, vrijdag dus weer om half zes varen. De wind is prima, het water achter de riffen redelijk vlak. We ronden Cape Grenville en varen binnen de daar gelegen eilanden door de Paluma Pasage. Pas op voor Middle Reef (pas op het laatste moment te zien), goed links houden, dicht langs Gore Island varen. Na Cape Grenville passeren we Margaret Bay. Hier zien we 3 schepen liggen, maar wij gaan een baai verder om de afstand van het laatste grote traject zo kort mogelijk te maken. We liggen nu dus zo diep mogelijk in Shelbourne Bay, op 3 meter diep water. Aan wal droogvallende banken, mangroves en mysterieuze strandjes. We blijven maar op de boot, positie 11-53.70S 143-05.64E


Shelbourne Bay
Strand bij Shelbourne Bay

Zondag 21 juni 2009, Escape River, "The last stop before the top"

Gisteren hebben we Escape river aangelopen, onze laatste stop voor we de noordpunt van Australie, Cape York, gaan ronden. Het was een lange dag varen. Half zes gingen we anker op, half 5 in de middag anker neer in de brede Escape River. Het woei tegen de 20 knopen met een ruwe zee, de riffen liggen hier verder naar buiten zodat de golven meer kans krijgen zich op te bouwen. De kust hier is een eentonige duinenkust met witte toppen van de zandverstuivingen, een beetje zoals tussen Zandvoort en Scheveningen, maar dan met wat hogere heuvels. En leeg, het land is hier vrijwel onbewoond en verlaten. De aanloop van de rivier was eenvoudig. Op de drempel zakte de diepte even naar de 3 meter, maar toen waren we er ook overheen. Bij de ingang van de rivier is een kleine nederzetting van een pareloesterkweker. Hij heeft in de rivier een aantal oesterbedden. We liggen wat verder de rivier op tussen droogvallende modderbanken omzoomd door mangroves. De oesterman kwam even langs in zijn motorboot: Welcome in my place, but don't swim! Nou, dat waren we al niet van plan.
De trouwe lezer kan zo langzamerhand gaan denken: mooie verhalen, maar waar zijn de foto's? Wij zitten echter al sinds Cairns zonder internet en telefoon, we hebben dus geen mogelijkheid om foto's op een behoorlijke manier te verzenden. De foto's houden jullie dus tegoed.

Maandag 22 juni, Seisia, Over the top

Vandaag de laatste dag van de Australische oostkust. Er moest eens een eind aan komen! Het was een schitterende kust, maar wel helemaal lagerwal, eigenlijk weinig goede ankerplaatsen en lange dag-etappes. Verder vraagt dit traject continue aandacht, rotsen, riffen en scheepvaart. Maar we zijn er voorbij! Toch was het een mooi en bijzonder traject.

De etappe van vandaag was de snelste sinds tijden. Om 7 uur voeren we. Rustig met de stroom tegen de Escape River af. Buiten, ondanks de wat zwakke wind veel golven en ruw water. Daar kregen we de vloed mee, die ons steeds sneller naar het noorden stuwde. Toen de Albany Passage door. Dat is een doorvaart tussen het vasteland en Albany Island. Het is een nauwe doorvaart maar het scheelt vele mijlen omvaren en het gaat hard.

Albany Passage
Doorvaart van de Albany Passage

De GPS gaf regelmatig snelheden van boven de 10 knopen over de grond aan, terwijl wij er maar 5 voeren door het water. En dat in een schitterende omgeving, witte stranden met palmbomen en rode rotsen daarboven. Dan ronden we Cape York, of liever gezegd het eilandje ten noorden van Cape York. We passeren het noordelijkste puntje van het Australische vasteland.

Cape York
Cape York is de linker landpunt

Voor het eerst sinds tijden is de koers weer west. Om ons heen overal eilanden. En weer loopt de snelheid op tot boven de 10 knopen, we mogen blij zijn dat het rustig weer is, het water blijft aan deze kant van de kaap zo vlak als maar kan. De aanloop van Seisia is eenvoudig, goed aangegeven. We ankeren om 13.00 tussen Seisia en Red Island, na een tocht van 42 mijl in 6 uur gevaren te hebben. Hier blijven we een paar dagen, een beetje bijkomen van alle lange etappes, inkopen doen (er is hier een supermarkt), en ons voorbereiden op de oversteek van de golf van Carpentaria.
Positie: 10-50.93S 142-21.74E

Volgende pagina