|
Zondag
31 december 2000
Douwe:
Oudejaarsdag
2000, een rustige dag in Bequia, vandaag geen duikles, en mogelijk toegang
tot een internet café, dus tijd om eens wat uitgebreider over de
afgelopen periode te vertellen.
Een
terugblik op de oversteek van Cape Verde naar Barbados.
Eerst wat cijfers
De afstand van Mindelo op Sao Vicente naar de noordpunt van Barbados is
volgens de grootcirkel route 2018 zeemijl. De werkelijk gevaren afstand
over de grond volgens de GPS bedroeg 2050 mijl. Dit betekent dat ik 32
mijl extra gevaren heb als gevolg van het niet sturen van de juiste koers,
slingeren om de koers of het laveren voor de wind. De door het water
afgelegde afstand volgens het log bedroeg 1851 mijl. Dit betekent dat ik
totaal 199 mijl stroom mee heb gehad. De tijd tot deze waypoint bedroeg
zestien dagen en drie uur, totaal 387 uur. De gemiddelde snelheid over de
grond bedroeg 5.3 knopen (mijl per uur), maar daarvan is 0.5 aan de stroom
toe te rekenen. Opvallend was dat nadat de sleepgenerator stuk gegaan was,
de daggemiddelden onder vergelijkbare omstandigheden naar schatting zo’n
twaalf tot twintig mijl hoger uitkwamen. Dit bezorgt me zeer gemengde
gevoelens over deze generator, hij geeft stroom, maar het is verre van
gratis. Het is natuurlijk zo dat je vaart om te varen, een paar dagen meer
zijn dus eigenlijk alleen maar prima, echter het goed zien zeilen van de
boot is een genoegen op zich, als het water begint te bruisen en te sissen
om de boeg, als de hekgolf groot wordt, dat is het genot van het zeilen,
een boot met een handrem erop is ook niet alles. Dat brengt me op de
zeilvoering, ook hier is het uitgangspunt dat de boot goed moet zeilen, en
goed zeilen betekent de maximumsnelheid die de omstandigheden toelaten. Zo
heb ik een paar keer geprobeerd op dubbelfokken te varen, echter het
grootzeil blijkt toch efficiënter en meer voortstuwing te geven. Een
beperkende factor bij het voeren van veel zeil is de continue zorg dat er
wat stuk gaat. En hier zit je 1000 mijl van land, de essentiële
onderdelen moeten dus heel blijven. Je bent dus continu voorzichtig dat je
geen grenzen overschrijdt, steeds bedacht op falen van materiaal en steeds
aan het controleren op slijtage. Al met al is er weinig stuk gegaan, aan
het eind van de oversteek is de oude spinnakerboom gebroken, deze was
eigenlijk te
licht. De stuurlijnen van de windvaan
waren een keer bijna door, een stukje opgeschoven zodat de zwakke
plek niet meer belast werd. Verder is een vin van de turbine van de
Aquagen sleepgenerator afgebroken waarschijnlijk doordat een schroef zich
losgewerkt had. Dit is duidelijk een constructiefout en de Aquagen wordt
dan ook toegevoegd aan de lijst van spullen ongeschikt voor serieus
gebruik.
Als
ik op de oversteek terugkijk was het een fantastische periode, de mooiste
tocht van de reis tot nu toe.
De
Carib
Barbados was de eerste haven in het Caribische gebied. Een volgende keer
zou ik Barbados niet meer aandoen. De belangrijkste reden dat zeilers
Barbados aanlopen is een sociale, velen doen het en het is heerlijk alle
oude bekenden na de oversteek weer te treffen. Afgezien van de rum echter
heeft Barbados weinig te bieden. Om in te klaren moet je op een
onmogelijke plek aanleggen, om te varen heb je een permit nodig en je bent
verplicht om in Carlisle Bay te ankeren, nergens anders toegestaan. Vooral
in het weekend produceren de aan het strand gelegen disco’s zoveel
lawaai dat je tot 5 uur in de morgen in je bed ligt te trillen op de
bassen, ook al anker je helemaal achteraan. En in Carlisle Bay staat vaak
een geweldige deining, heftig rollend breng je de dagen door. Aan land
gaan is vaak een hachelijke operatie door de zware surf op het strand,
hierbij gebeuren regelmatig serieuze ongelukken. En ben je eenmaal aan
land, dan waan je je in een verlopen buitenwijk van Londen, waar het
centrum van Bridgetown aan de duurdere winkelstraten van Londen doet
denken. Een tocht over het eiland is echter zeer de moeite waard.
De
Grenadines
Om het gezin dat naar Barbados gevlogen was een betere indruk van de Carib
te geven was het dus zaak andere eilanden te bezoeken. De Grenadines
liggen dan het meest voor de hand, pal west van Barbados en befaamd om hun
schoonheid. Voor de oversteek kozen we een nacht met weinig wind na een
onrustige periode met veel zware buien. Na uitgeklaard te hebben op
Barbados vertrokken we rond 4 uur ‘s middags voor de oversteek van tegen
de 100 mijl. Het werd een vlotte tocht op een niet al te onrustige zee,
met prachtig maanlicht de tweede helft van de nacht. Wel hebben we het
hele stuk op de motor moeten varen. Nog voor het eerste licht hadden we
St. Vincent en Bequia in zicht. Bequia was een verademing na Barbados. Een
redelijk rustige ankerplaats voor een prachtig tropisch strand. Bequia is
redelijk op het toerisme ingesteld, overal gezellige cafés en
restaurants, zij het dat het prijsniveau zoals overal hier nogal aan de
hoge kant is.
De
tocht met Maaike en de kinderen langs Canouan, de Tobago Keys, Mayreau en
Union Island was heerlijk, stuk voor stuk tropische paradijsjes, de
kinderen veel in het water met de snorkelspullen, prachtige wandelingetjes
aan land. Dan het afscheid op Union Island, heel onwerkelijk zoals ze daar
met dat kleine vliegtuigje van het landingsbaantje tussen de palmbomen
vertrokken, meer iets uit een film.
Nu
weer alleen, weer even wennen aan het solozeilersleven. Op Bequia doe ik
nu de duikcursus. Ik had er al vaker aan gedacht ooit eens te leren
duiken. Toen ik hoorde dat een paar andere bekenden als groep een speciaal
tarief hadden overeengekomen was dat de gelegenheid om mee te doen. Tot nu
toe hebben we alle vaardigheden in ondiep water geoefend, volgende week de
eerste diepe duik.
|
|
|
Maandag
1 januari 2001
Douwe:
Oudejaarsavond
doorgebracht op de Wandering Dream in een gezelschap van Scandinaviërs en
Engelsen. Ook was het de verjaardagspartij van Ed, de schipper van de
Wandering Dream. Om 7 uur ‘s avonds toasten de Scandinaviërs op het
nieuwe jaar en gaan vooral van de Zweedse jachten de vuurpijlen
omhoog. Om 8 uur volgen de Engelsen. Daarna vertrok het gezelschap
naar de cafés op de wal.
Het nieuwe jaar begon niet al te voorspoedig. Bij hevige rukwinden van
windkracht 8 voer een grote catamaran langs me, het anker achter zich
aanslepend, de bemanning in slaap. Ik sprong in de bijboot en heb ze
wakker gebonsd. Terug op de boot legde ik de bijboot even langszij en bij
de volgende rukwind lag hij op zijn kop met de motor onder water. De hele
ochtend bezig geweest om hem weer aan de gang te krijgen, eindelijk
gelukt. Het hele carter zat vol water en de oliedrab spoot alle kanten op
toen ik de dop opendraaide. Alles onder de olie. Het lijkt wel mooi een
viertact motor, geen geknoei met mengsmering, maar het geknoei met een
motor vol olie is vele malen erger, doe mij maar weer een tweetact.
Gisteren heb ik ook de ankerlier nog aan de praat gekregen, maar de motor
is nu helemaal op, een brok roest en weggecorrodeerd aluminium. Ik zal
proberen een nieuwe motor te bestellen, maar de grootste zorg is dan dat
het na een half jaar weer mis is. Het betreft hier de Sprint 1000
ankerlier van Simpson en Lawrance. Deze fabrikant heeft ook niet
gereageerd op mijn eerdere mail over klachten betreffende deze lier.
|
|
|
Zaterdag
6 januari 2001
Douwe:
Cumberland
Bay St. Vincent: een diepe, beschutte baai, vervallen kokosplantage, een
fris riviertje, wat hutjes en een restaurantje. Twee schepen voor anker
met de achterlijn om een palm, Vindela en Johanna.
Van
Bequia naar St. Vincent
Om 9.30 uur kwam Jerk langs varen om te zeggen dat hij klaar was. Ik
was niet klaar, de ankerlier die ik de avond vantevoren nog geprobeerd had
weigerde weer. Dan maar weer de conversie-kit voor handbediening erop en
de kotterstag opzij om met de lierzwengel een volle slag te kunnen maken.
Langzaam draai ik de 25 meter ketting in, met weinig wind en op ondiep
water zoals nu is het nog goed te doen.
Eenmaal buiten de Admiralty Bay krijgen we de volle passaatwind in de
zeilen en stuiven met 6 knopen over de zee-engte tussen Bequia en St.
Vincent. Helder weer, warm, prachtig zeilen. Aan de westkant van St.
Vincent komen we al snel in de luwte, dan gaat de motor zachtjes bij, komt
eigenlijk wel goed uit want ik had vanmorgen geen stroom gedraaid. Alleen
op het zonnepaneel red ik het niet, er is nog al eens wat bewolking en de
koelkast neemt te veel stroom.
Hoewel ik vrij ver uit de kust vaar proberen verschillende keren jongens
in roeiboten mijn koers te kruisen. Ze roeien vreselijk snel om bij me te
komen, maar als ik een beetje meer gas geef wenken ze nog en laten dan de
riemen zakken op zoek naar een volgende klant. Het zijn de boatboys van
Wallilabou, ze proberen klanten te vinden om ze te helpen bij het afmeren,
fruit te verkopen en de weg te
wijzen. Om als eerste bij je te zijn varen ze de klanten tegemoet en
willen dan teruggesleept worden. Niet aan beginnen, want ze laten zich
graag omvertrekken en dienen dan een stevige schadeclaim in.
Bij de invaart van Cumberland Bay waar Jerk en ik de nacht willen
doorbrengen, ligt een man in een motorbootje te wachten. Hij stelt zich
voor, Carlos is de naam en alles wat ik maar nodig heb zal hij regelen.
Eerst helpt hij me afmeren, vlak bij de wal gaat voor het anker uit en
Carlos maakt de achterlijn aan een palmboom. Vast tarief, 10 EC$, dat is f
10,-. Even later helpt hij Jerk naast me af te meren. We liggen in een wel
zeer tropische baai, aan de zijkanten hoge zwaar begroeide rotsen,
centraal een strand met daarachter een oude verwilderde
kokospalmenplantage. Verder een paar golfplaten hutjes, een bar en een
vervallen restaurantje. De Johanna en de Vindela zijn de enige twee
schepen. Op het strand kookt een man een grote pan eten boven een vuurtje
van kokosnootschalen. Op het schuurtje achter hem staat Maxwells
Restaurant. In de pan drijven visjes en ander eten. Of we ook wat willen.
Hij haalt 2 plastic borden met een lepel uit het schuurtje en we mogen
zelf wat uit de pan vissen. Zittend op een kokosnoot eten we cassave en
yam met red snapper (vis). De cassave smaakt naar zoete aardappel, de yam
klef en de vis flauw, het lokale eten.
|
|