wave4.avi (32466 bytes) Reisverslag

knopje.gif (1063 bytes)     vervolg reisverslag

knopje.gif (1063 bytes)        index reisverslag

Zondag 11 februari 2001  
Douwe:
We varen door naar Pigeon eiland. De afstand is maar vijf mijl, zeil zetten heeft geen zin, de ene na de andere bui trekt begeleid door hevige windvlagen voorbij. In de buien loopt de wind regelmatig op tot 38 knopen, windkracht 8. De regen is zo intens dat alle zicht verdwijnt en het grensvlak tussen zee en lucht lijkt te vervagen. En zodra zo'n bui optrekt zie je de volgende al weer aankomen. Pigeon eiland is het centrum van het Cousteau onderwaterpark. Bij Pigeon eiland valt onder deze omstandigheden niet te ankeren, dan maar naar de tegenoverliggende baai op Guadeloupe zelf. Daar lig ik nu voor anker terwijl ik dit schrijf, het anker houdt goed, maar het waait nog te hard om de bijboot te water te laten, hij zou direct met motor en al ondersteboven waaien.

 

Woensdag 14 februari 2001  Pigeon Island
Douwe: Ik lig nu al weer een paar dagen voor anker aan de westkust van Guadeloupe tegenover Pigeon Island. Gisteren een duik gemaakt in het Nationale Onderwaterpark rond het eiland. Dit was de mooiste duik tot nu toe. Het water was heel helder, een weelderige koraaltuin met de mooiste kleuren en ontelbare vissen. Koralen als wuivende varens, lange slierten en hoge riffen. We doken onder overhangende rotswanden, langs donkere grotten waar vele donkerrode visjes hun domein hadden en in het felle licht van onze lantaarns oplichtten.
Vandaag hebben we met een kleine groep een duik gemaakt naar een wrak van een kustvaarder die in de orkaan van 1991 voor de kust vergaan is en nu in 24 meter diep water ligt. Voor de geïnteresseerden in hoe dat duiken nu toegaat even wat uitgebreider.
Kwart voor acht melden we ons (Jerk en mijzelf) bij de duikshop. Er worden vesten uitgedeeld (een soort rugzak waar de fles op vastgemaakt wordt en tevens opblaasbaar om het drijfvermogen te regelen), regelaars en flessen. De regelaar verzorgt de aansluiting op de fles, met daaraan vast het mondstuk (de zogenaamde tweede fase regelaar), een manometer om te kunnen zien hoeveel lucht je nog hebt, en een aansluiting voor het vest, zodat dit vanuit de fles opgeblazen kan worden. Ook zit er nog een tweede mondstuk aan, zodat je metgezel in geval van nood ook uit jouw fles kan ademen. Dan monteert eenieder zijn apparatuur, neemt de fles met alles eraan op zijn rug en sjouwt het geheel naar de klaarliggende boot, eigenlijk veel te zwaar om mee te lopen. De boot is een snelle aluminium vlet met een buitenboordmotor van 150 pk. We zitten met zijn dertienen in de boot, inclusief drie instructeurs van de duikshop. Terwijl de boot met een rustig gangetje naar het wrak koerst trekt eenieder zijn pakken dicht en nemen de instructeurs in een korte briefing met hun groepje de komende duik door. Het wrak is een 50 meter lange coaster, in goede conditie. We zullen direct afdalen naar 24 meter diepte naar het zand voor de boeg van het wrak. Dan zullen we om het wrak heen zwemmen, opstijgen naar dekniveau, en afdalen in het ruim, daarna naar de machinekamer en tenslotte de brug en stuurhut bezoeken. We worden gewezen op de gevaren van het binnengaan in onbekende wrakken. Bij het opstijgen zullen we een veiligheidsstop maken op vijf meter diepte, op die diepte wordt voor de veiligheid ook een extra fles met ventielen gehangen, indien iemand zonder lucht komt te zitten dan kan hij daar toch zijn stop maken.
Bij het wrak aangekomen wordt de boot aan een boei gelegd, we doen de apparatuur op, zwemvliezen aan en maskers op en na een laatste controle (lucht open, sluitingen dicht, loodgordels om) laten we ons achterover in het water rollen. Ons groepje verzamelt zich, geven elkaar het OK-sein en we verdwijnen onder water. Ik laat alle lucht uit mijn vest lopen, het eerste stukje naar beneden gaat altijd het moeilijkst, ben zeker nog niet zo ervaren. Heel diep onder je zie je een enorm schip liggen, als een soort monster uit een sprookjesboek. De mast staat nog overeind, grote laadbomen liggen dubbel geknakt over de rand. Langs de boeg zakken we dieper en dieper. Regel matig blaas ik met mijn neus dicht lucht bij in mijn oren om de hoge druk te compenseren. Op de bodem aangekomen rijst de boeg vele meters voor je omhoog. De romp is geheel met sponzen en koraal begroeid, waar grote scholen vis zich voeden. Heel raar zo'n trots schip dat nu als een dood ding in het zand staat, een huis voor vissen en koralen. Langs de bakboordreling zwemmen we naar achteren, nemen een kijkje op het achterdek, de enorme lieren met staaltrossen er nog op worden bewaakt door een school zilverkleurige vissen. We laten ons langzaam in het ruim zakken, een groot donker zwembad, en weer omhoog om dan het veel nauwere luik naar de machinekamer door te gaan. Voorzichtig zweef ik boven de grote cilinderkoppen van de scheepsdiesels, de klepmechanieken zijn nog duidelijk herkenbaar. Dan zweven we tussen de laadbomen door omhoog naar de brug. Eén voor één voor zwemmen we het stuurhuis binnen. Het stuurwiel is verdwenen, maar ik ga voor het raam staan, kijk uit over de boeg en stel me voor dat ik het commando voer over een schip in het dodenrijk. Dan begint de lucht op te raken, we gebaren naar elkaar dat we gaan opstijgen, en langzaam, meter voor meter vinden we onze weg terug naar de bovenwereld.

Het Atlantische project   

hap.cpt (75982 bytes)

knopje.gif (1063 bytes)

knopje.gif (1063 bytes)

    vervolg reisverslag

    voorafgaand reisverslag