wave4.avi (32466 bytes) Reisverslag

knopje.gif (1063 bytes)     vervolg reisverslag

knopje.gif (1063 bytes)        index reisverslag

Zondag 7 januari 2001 Het binnenland in
Douwe: 's Ochtends vroeg gaan Jerk en ik op weg om te trachten de grote vulkaan in de tropische regenwouden van het noorden van St. Vincent te beklimmen. Op de kaart staat een voetpad naar de top dat zo'n twintig kilometer verder begint. We hadden gedacht wel een busje te kunnen vinden of een lift te krijgen, maar er is bijna geen verkeer. Dus lopen we maar. De weg gaat steil omhoog, prachtig uitzicht over de baai. In het volgende dorp rusten we even. Een man spreekt ons aan, waar we heen gaan, naar de vulkaan, ha ha veel te ver. Maar we kunnen wel meerijden, hij gaat toch die kant op. Na een half uur wachten komt hij zeggen dat hij nog even een paar toeristen op moet halen die naar de watervallen willen en daarna kunnen we mee. Tijd om te vragen wat dat kost, 65 EC per persoon. We worden het eens op 30 EC, dan maar naar de Trinity Falls in plaats van naar de vulkaan. Na een half uur verschijnt hij met een piepklein Susuki jeepje, een lokale gids, en wij mogen er ook nog bij. Dus twee personen voorin, drie in het laadbakje en de gids op het reservewiel. Na ieder dorp klimt de weg steil omhoog om daarna weer af te dalen naar de volgende baai. Dan slaan we af, en na enige tijd houdt de verharde weg op en gaat over in een karrenspoor langs steeds schaarser wordende  bananenplantages. Als we hoger komen wordt het vochtiger en begint het regenwoud. Dichte vegetatie, lianen slingeren zich langs de bomen omhoog en laten hun luchtwortels weer naar beneden zakken, metershoge varens. Als de jeep vastloopt lopen we verder. Na ongeveer een uur komen we op een dichtgegroeide parkeerplaats met een bord dat hier het pad naar de Trinity Falls begint. Een smal voetpad met een paar zeer steile afdalingen leidt ons door een sprookjesbos naar een enorme waterval. Daar barst een zware bui los, niemand heeft meer een droge draad aan het lijf. 
Helemaal stijf in de benen besluiten we s avonds te eten bij Stephens and Stevens Hideaway, het restaurantje aan de noordkant van de baai. Het eten is matig tot slecht, de rekening veel te hoog, wel hadden we de prijs van het eten vantevoren afgestemd, maar de drankjes niet, daar ziet hij zijn kans schoon en rekent een veelvoud van het normale tarief.

Maandag 8 januari 2001 Naar St. Lucia
Douwe:Na een rustige start varen de Johanna en Vindela samen weg uit Cumberland Bay. We varen een eindje terug naar Barroualli, daar is het mogelijk om uit te klaren. Op deze eilanden zijn ze heel precies met in- en uitklaren. Heb je van het vorige eiland geen uitklaringsbewijs (clearence) dan heb je bij de volgende inklaring de grootste problemen. Als we Barroualli naderen komen de boatboys ons op zee al tegemoet. "I help you with the lines captain", "I take you to the customs captain". En let op, alles kost geld, en als je het niet vantevoren hebt afgesproken heel veel. Ver op zee wachten deze jongens hun slachtoffers op, wie  het eerst bij is heeft de klant, zo is er ook geen concurrentie. Voor het vastmaken van een lijn moeten ze 10 EC (f10) hebben, voor een wandelingetje naar het dorp (je dacht dat ze gewoon voor het leuke meelopen) f 20.  Bij het ankeren verliest Jerk zijn bril overboord. Hij duikt zelf een paar keer, tevergeefs. De boatboys duiken, zonder resultaat, het is te diep om goed op de bodem te kunnen kijken. Dan looft Jerk een beloning uit van 100 EC. Twee mannen vertrekken in hun kleine roeibootje en komen even later met een duikuitrusting terug. En duikt de diepte in. Binnen drie minuten komt hij met de bril weer boven. Jerk helemaal gelukkig. Moraal van het verhaal: spreek vantevoren af wat je betaalt en wat je er voor krijgt. Het uitklaren zelf gaat vlot en gratis.
Na de formaliteiten varen we naar Troumaca Bay, een kleine beschutte baai met een steil oplopende oever. Ook hier leg je aan met een anker voor en een lijn op de wal om te voorkomen dat je anker de diepte in glijdt en met boot en al vertrekt. Bij de eerste poging ligt mijn anker te dicht bij de kust en kan ik niet voldoende afstand van het strand houden. Dus met de hand de ketting omhoog gezwengeld, en opnieuw. Met tegenzin laat ik de hele ketting in 25 meter diep water neerratelen, de elektriek van de lier is definitief terzielen en alles moet de volgende dag met de hand weer naar boven. Maar als we eenmaal liggen is het de moeite waard, een plek van adembenemende schoonheid. De baai wordt begrensd door hoge rotsen, er tussen een strand, kokospalmen en een weelderig tropische vegetatie tegen een decor van met regenwouden bedekte bergen. Een klein eindje bergopwaarts ligt een restaurantje. De eigenaar, Alstar Mars, komt ons uitnodigen voor een bezoek aan zijn Marsys Place. Zeer aan te raden, nu eens uitstekend eten voor een acceptabele prijs.

 

Dinsdag 9 januari 2001 
Douwe: We willen vroeg vertrekken richting St. Lucia. De eerste klus is het binnenhalen van 30 meter lijn met daaraan 25 meter ketting en het anker van 15 kilo. Het eerste stuk lijn gaat nog soepel, maar als de ketting eenmaal recht naar beneden hangt met daaraan het anker is de lier bijna niet meer in beweging te krijgen. Met beide handen aan de zwengel lukt het langzaam, en centimeter voor centimeter komt het spul omhoog. Als de klus geklaard is ga ik uitgeput op weg langs de beboste bergflanken van noordelijk St. Vincent. De vulkaan is in de nevels gehuld. 
De pilot waarschuwt voor veel wind bij de noordpunt, voor de zekerheid heb ik twee reven gestoken en vaar met de motor bij hoog aan de wind zo dicht mogelijk onder de kust. Bij de noordpunt staat een dikke windkracht 7 en een hoge zee. Vol duikt de Johanna erin, gangboorden en voordek onder water. Al snel ruimt de wind wat en gaat een klein stukje fok erbij. Prachtig zeilen, we waren bijna vergeten hoe het is om met een stevige zee hoog aan de wind te varen. Na een uur of vijf met steeds verder afnemende wind naderen we St. Lucia en gaan bij Souffriere aan een boei liggen, ankeren is hier wegens mogelijke schade aan het koraal niet toegestaan; komt me wel goed uit met die kapotte lier. Onder hevige protesten van de boatboys maak ik zelf de lijnen aan de boei en op land vast. Liggen s nachts hevig te schommelen.
Maaike mailt me dat er antwoord is van Lewmar (eigenaar van Simpson en Lawrence, de fabrikant van de lier) over de problemen. Hun advies: andere ankerlier kopen, nu een bovendekse die wel waterdicht is. Ze bieden 40% korting als tegemoetkoming in de kosten. Ik besluit op dit aanbod in te gaan, andere alternatieven zijn nu moeilijk. Later zal ik kijken of de schade op ze verhaald kan worden, 40% korting voor het vervangen van je eigen niet functionerende producten is natuurlijk ridicuul. 

 

Donderdag 11 januari 2001 
Douwe: Verslag nu maar even via de mobile tel, na een vergeefse tocht in de regen naar het i-cafe. Te veel wachtenden voor mij.
Ik heb nu ook uitgevonden hoe via hotmail de mail aan *** op te halen. Als je dus dit mailadres gebruikt kan ik het of via de mobiele tel lezen of in een internetcafe indien beschikbaar. Omgekeerd kan ik mail aan hotmail niet op de boot lezen. Inmarsat blijft natuurlijk het eenvoudigst voor korte berichten, lees ik ook direct want er gaat een lampje branden.

Rustig dagje in Rodney Bay, warm en benauwd in de door dure villa's omringde lagune. Maar mijn grote Nederlandse gasfles wordt hier probleemloos gevuld.

 

Vrijdag 12 januari 2001 Naar Martinique
Douwe:Vroeg vertrokken richting Martinique. Buiten staat een harde passaatwind, nu uit NO. Ik ga naar Le Marin, een plaatsje in een diepe beschutte baai op de uiterste ZO-punt van Martinique. Le Marin ligt op een koers van 10 graden, maar door de sterke westelijke stroom in het kanaal de Martinique, de doorvaart tussen St. Lucia en Martinique, moet ik 35 graden sturen. Die koers is niet bezeild tegen de harde wind en hoge zee. Dan vaar ik maar met de motor stevig bij en een rif in het grootzeil er bijna pal tegenin. Rond 12.00 uur vaar ik de jachthaven van Le Marin binnen. Bert van de Ciris komt me in de rubberboot tegemoet en geeft me het marifoonkanaal om met het havenkantoor in contact te komen. Een klein motorbootje wijst me een plaats, helpt met de achterlijn terwijl een ander op de steiger de voorlijn belegt. Ze vragen niet eens om geld, service van de jachthaven. Super de luxe, zo maar aan land stappen zonder dat je nat wordt, stroom uit een stopcontact en een eigen kraan voor water. Leuk weerzien met Bert en Gree op de Ciris en Tom met de Neander is er ook.

Zaterdag 13 januari 2001
Douwe:
Martinique is een andere wereld vergeleken met de vorige eilanden. Grote supermarkten met Europese prijzen, winkels in scheepsbenodigdheden waar alles te koop is. Je bent opeens gewoon in
Frankrijk. Dus eet ik bij het ontbijt stokbrood met Bretonse boter en in het restaurant na maanden weer eens entrecote met veel pommes frites. Op de moderne werf heb ik een afspraak gemaakt om woensdag de boot op de wal te zetten voor de hoog nodige verfbeurt, vrijdag weer het water in. Hopelijk komen komende week ook de onderdelen voor de buitenboordmotor en de nieuwe ankerlier. Volgende week zal er dus niet al te veel nieuws zijn van mijn kant op de website, het wordt werken aan de boot in Frankrijk.

Het Atlantische project

hap.cpt (75982 bytes)

knopje.gif (1063 bytes)

knopje.gif (1063 bytes)

    vervolg reisverslag

    voorafgaand reisverslag