wave4.avi (32466 bytes) Reisverslag

knopje.gif (1063 bytes)     vervolg reisverslag

knopje.gif (1063 bytes)        index reisverslag

Zondag 31 december 2000
Douwe:
Oudejaarsdag 2000, een rustige dag in Bequia, vandaag geen duikles, en mogelijk toegang tot een internet café, dus tijd om eens wat uitgebreider over de afgelopen periode te vertellen.

Een terugblik op de oversteek van Cape Verde naar Barbados.

Eerst wat cijfers
De afstand van Mindelo op Sao Vicente naar de noordpunt van Barbados is volgens de grootcirkel route 2018 zeemijl. De werkelijk gevaren afstand over de grond volgens de GPS bedroeg 2050 mijl. Dit betekent dat ik 32 mijl extra gevaren heb als gevolg van het niet sturen van de juiste koers, slingeren om de koers of het laveren voor de wind. De door het water afgelegde afstand volgens het log bedroeg 1851 mijl. Dit betekent dat ik totaal 199 mijl stroom mee heb gehad. De tijd tot deze waypoint bedroeg zestien dagen en drie uur, totaal 387 uur. De gemiddelde snelheid over de grond bedroeg 5.3 knopen (mijl per uur), maar daarvan is 0.5 aan de stroom toe te rekenen. Opvallend was dat nadat de sleepgenerator stuk gegaan was, de daggemiddelden onder vergelijkbare omstandigheden naar schatting zo’n twaalf tot twintig mijl hoger uitkwamen. Dit bezorgt me zeer gemengde gevoelens over deze generator, hij geeft stroom, maar het is verre van gratis. Het is natuurlijk zo dat je vaart om te varen, een paar dagen meer zijn dus eigenlijk alleen maar prima, echter het goed zien zeilen van de boot is een genoegen op zich, als het water begint te bruisen en te sissen om de boeg, als de hekgolf groot wordt, dat is het genot van het zeilen, een boot met een handrem erop is ook niet alles. Dat brengt me op de zeilvoering, ook hier is het uitgangspunt dat de boot goed moet zeilen, en goed zeilen betekent de maximumsnelheid die de omstandigheden toelaten. Zo heb ik een paar keer geprobeerd op dubbelfokken te varen, echter het grootzeil blijkt toch efficiënter en meer voortstuwing te geven. Een beperkende factor bij het voeren van veel zeil is de continue zorg dat er wat stuk gaat. En hier zit je 1000 mijl van land, de essentiële onderdelen moeten dus heel blijven. Je bent dus continu voorzichtig dat je geen grenzen overschrijdt, steeds bedacht op falen van materiaal en steeds aan het controleren op slijtage. Al met al is er weinig stuk gegaan, aan het eind van de oversteek is de oude spinnakerboom gebroken, deze was eigenlijk te licht. De stuurlijnen van de windvaan  waren een keer bijna door, een stukje opgeschoven zodat de zwakke plek niet meer belast werd. Verder is een vin van de turbine van de Aquagen sleepgenerator afgebroken waarschijnlijk doordat een schroef zich losgewerkt had. Dit is duidelijk een constructiefout en de Aquagen wordt dan ook toegevoegd aan de lijst van spullen ongeschikt voor serieus gebruik.

Als ik op de oversteek terugkijk was het een fantastische periode, de mooiste tocht van de reis tot nu toe.

De Carib
Barbados was de eerste haven in het Caribische gebied. Een volgende keer zou ik Barbados niet meer aandoen. De belangrijkste reden dat zeilers Barbados aanlopen is een sociale, velen doen het en het is heerlijk alle oude bekenden na de oversteek weer te treffen. Afgezien van de rum echter heeft Barbados weinig te bieden. Om in te klaren moet je op een onmogelijke plek aanleggen, om te varen heb je een permit nodig en je bent verplicht om in Carlisle Bay te ankeren, nergens anders toegestaan. Vooral in het weekend produceren de aan het strand gelegen disco’s zoveel lawaai dat je tot 5 uur in de morgen in je bed ligt te trillen op de bassen, ook al anker je helemaal achteraan. En in Carlisle Bay staat vaak een geweldige deining, heftig rollend breng je de dagen door. Aan land gaan is vaak een hachelijke operatie door de zware surf op het strand, hierbij gebeuren regelmatig serieuze ongelukken. En ben je eenmaal aan land, dan waan je je in een verlopen buitenwijk van Londen, waar het centrum van Bridgetown aan de duurdere winkelstraten van Londen doet denken. Een tocht over het eiland is echter zeer de moeite waard.

De Grenadines
Om het gezin dat naar Barbados gevlogen was een betere indruk van de Carib te geven was het dus zaak andere eilanden te bezoeken. De Grenadines liggen dan het meest voor de hand, pal west van Barbados en befaamd om hun schoonheid. Voor de oversteek kozen we een nacht met weinig wind na een onrustige periode met veel zware buien. Na uitgeklaard te hebben op Barbados vertrokken we rond 4 uur ‘s middags voor de oversteek van tegen de 100 mijl. Het werd een vlotte tocht op een niet al te onrustige zee, met prachtig maanlicht de tweede helft van de nacht. Wel hebben we het hele stuk op de motor moeten varen. Nog voor het eerste licht hadden we St. Vincent en Bequia in zicht. Bequia was een verademing na Barbados. Een redelijk rustige ankerplaats voor een prachtig tropisch strand. Bequia is redelijk op het toerisme ingesteld, overal gezellige cafés en restaurants, zij het dat het prijsniveau zoals overal hier nogal aan de hoge kant is.

De tocht met Maaike en de kinderen langs Canouan, de Tobago Keys, Mayreau en Union Island was heerlijk, stuk voor stuk tropische paradijsjes, de kinderen veel in het water met de snorkelspullen, prachtige wandelingetjes aan land. Dan het afscheid op Union Island, heel onwerkelijk zoals ze daar met dat kleine vliegtuigje van het landingsbaantje tussen de palmbomen vertrokken, meer iets uit een film.

Nu weer alleen, weer even wennen aan het solozeilersleven. Op Bequia doe ik nu de duikcursus. Ik had er al vaker aan gedacht ooit eens te leren duiken. Toen ik hoorde dat een paar andere bekenden als groep een speciaal tarief hadden overeengekomen was dat de gelegenheid om mee te doen. Tot nu toe hebben we alle vaardigheden in ondiep water geoefend, volgende week de eerste diepe duik.  

Maandag 1 januari 2001
Douwe:
Oudejaarsavond doorgebracht op de Wandering Dream in een gezelschap van Scandinaviërs en Engelsen. Ook was het de verjaardagspartij van Ed, de schipper van de Wandering Dream. Om 7 uur ‘s avonds toasten de Scandinaviërs op het nieuwe jaar en gaan vooral van de Zweedse jachten de vuurpijlen omhoog. Om 8 uur volgen de Engelsen. Daarna vertrok het gezelschap naar de cafés op de wal. 
Het nieuwe jaar begon niet al te voorspoedig. Bij hevige rukwinden van windkracht 8 voer een grote catamaran langs me, het anker achter zich aanslepend, de bemanning in slaap. Ik sprong in de bijboot en heb ze wakker gebonsd. Terug op de boot legde ik de bijboot even langszij en bij de volgende rukwind lag hij op zijn kop met de motor onder water. De hele ochtend bezig geweest om hem weer aan de gang te krijgen, eindelijk gelukt. Het hele carter zat vol water en de oliedrab spoot alle kanten op toen ik de dop opendraaide. Alles onder de olie. Het lijkt wel mooi een viertact motor, geen geknoei met mengsmering, maar het geknoei met een motor vol olie is vele malen erger, doe mij maar weer een tweetact. 
Gisteren heb ik ook de ankerlier nog aan de praat gekregen, maar de motor is nu helemaal op, een brok roest en weggecorrodeerd aluminium. Ik zal proberen een nieuwe motor te bestellen, maar de grootste zorg is dan dat het na een half jaar weer mis is. Het betreft hier de Sprint 1000 ankerlier van Simpson en Lawrance. Deze fabrikant heeft ook niet gereageerd op mijn eerdere mail over klachten betreffende deze lier.

 

Dinsdag 2 januari 2001
Douwe:
Zojuist heb ik de eerste echte duik gemaakt, we gingen met een motorboot naar de rotsen en daar achterover het water in. Het is een prachtige wereld, duizenden vissen en exotische begroeiing. Vanochtend had ik voor het eerst weer radiocontact met de Ciris, alles goed, ze verwachten komend weekend in Martinique te zijn. Vanuit Barbados kreeg ik slechtere berichten, een aantal rubberboten, waaronder die van Tom, zijn op het strand stukgesneden.

 

Vrijdag 5 januari 2001
Douwe: Net de laatste duik gemaakt bij Pigeon eiland, twintig minuten varen met de snelle motorboot. We gingen wel tot 33 meter diepte. Grote kreeften bewaken hun holen, zeeslangen, onder overhangende rotsen door enzo verder. Nu ben ik gecertificeerd als PADI Open Water duiker. Na tien dagen op Bequia is het nu wel genoeg, dus ga ik morgen naar St Vincent, samen met Jerk van de Vindela. Daarna door naar St. Lucia.
Nog altijd geen reactie van Simpson and Lawrence over mijn verzoeken (vele faxen en email) om reserve-onderdelen voor de ankerlier, erg slechte company.

 

Zaterdag 6 januari 2001
Douwe: Cumberland Bay St. Vincent: een diepe, beschutte baai, vervallen kokosplantage, een fris riviertje, wat hutjes en een restaurantje. Twee schepen voor anker met de achterlijn om een palm, Vindela en Johanna.

Van Bequia naar St. Vincent
Om 9.30 uur kwam Jerk langs varen om te zeggen dat hij klaar was. Ik was niet klaar, de ankerlier die ik de avond vantevoren nog geprobeerd had weigerde weer. Dan maar weer de conversie-kit voor handbediening erop en de kotterstag opzij om met de lierzwengel een volle slag te kunnen maken. Langzaam draai ik de 25 meter ketting in, met weinig wind en op ondiep water zoals nu is het nog goed te doen. 
Eenmaal buiten de Admiralty Bay krijgen we de volle passaatwind in de zeilen en stuiven met 6 knopen over de zee-engte tussen Bequia en St. Vincent. Helder weer, warm, prachtig zeilen. Aan de westkant van St. Vincent komen we al snel in de luwte, dan gaat de motor zachtjes bij, komt eigenlijk wel goed uit want ik had vanmorgen geen stroom gedraaid. Alleen op het zonnepaneel red ik het niet, er is nog al eens wat bewolking en de koelkast neemt te veel stroom.
Hoewel ik vrij ver uit de kust vaar proberen verschillende keren jongens in roeiboten mijn koers te kruisen. Ze roeien vreselijk snel om bij me te komen, maar als ik een beetje meer gas geef wenken ze nog en laten dan de riemen zakken op zoek naar een volgende klant. Het zijn de boatboys van Wallilabou, ze proberen klanten te vinden om ze te helpen bij het afmeren, fruit te verkopen en de weg te wijzen. Om als eerste bij je te zijn varen ze de klanten tegemoet en willen dan teruggesleept worden. Niet aan beginnen, want ze laten zich graag omvertrekken en dienen dan een stevige schadeclaim in.  Bij de invaart van Cumberland Bay waar Jerk en ik de nacht willen doorbrengen, ligt een man in een motorbootje te wachten. Hij stelt zich voor, Carlos is de naam en alles wat ik maar nodig heb zal hij regelen. Eerst helpt hij me afmeren, vlak bij de wal gaat voor het anker uit en Carlos maakt de achterlijn aan een palmboom. Vast tarief, 10 EC$, dat is f 10,-. Even later helpt hij Jerk naast me af te meren. We liggen in een wel zeer tropische baai, aan de zijkanten hoge zwaar begroeide rotsen, centraal een strand met daarachter een oude verwilderde kokospalmenplantage. Verder een paar golfplaten hutjes, een bar en een vervallen restaurantje. De Johanna en de Vindela zijn de enige twee schepen. Op het strand kookt een man een grote pan eten boven een vuurtje van kokosnootschalen. Op het schuurtje achter hem staat Maxwells Restaurant. In de pan drijven visjes en ander eten. Of we ook wat willen. Hij haalt 2 plastic borden met een lepel uit het schuurtje en we mogen zelf wat uit de pan vissen. Zittend op een kokosnoot eten we cassave en yam met red snapper (vis). De cassave smaakt naar zoete aardappel, de yam klef en de vis flauw, het lokale eten. 

Het Atlantische project

hap.cpt (75982 bytes)

knopje.gif (1063 bytes)

knopje.gif (1063 bytes)

    vervolg reisverslag

    voorafgaand reisverslag